De beste manier om slachtoffers te gedenken is nooit een nieuwe oorlog te beginnen.

Vandaag is het 5 mei 2017. We herdenken de bevrijding van de Nazi’s 72 jaar gelden. En nog altijd is het oorlog.
In dit artikel wil ik stilstaan bij een andere uitleg van het woord oorlog.

De oorlog in mijn leven

Achttien jaar na het einde van ‘de’ oorlog werd ik geboren in een tijd die de kleine ijstijd werd genoemd. Sinds 10 jaar waren er geen rantsoenbonnen meer maar de woningnood was nog groot. Zeker toen ik jong was vertelden mijn ouders veel verhalen over de oorlog zoals zij die als kind hadden meegemaakt. Over razzia’s in huis, over executies voor de deur, over koper verzamelen in Sperrgebiet Scheveningen, over hoe bommen de kantoren van mijn opa’s vernietigden juist die dagen zij thuis waren, over de knokploegen die kwamen schuilen, over internering of worden geïnterneerd, over gemorste gaarkeukensoep tussen de straatstenen lepelen, over oudere broers die afgesloten en in zichzelf gekeerd terugkwamen van het front. En zoveel meer. Mijn vader had rijen boeken over WO II die ik allemaal heb gelezen. Die tijd is voorbij. Net als de koude oorlog waar ik in ben opgegroeid. Het is een tijd die mijn kinderen niet begrijpen.

Heel soms voel ik mij op een bepaalde manier een tweede-generatie slachtoffer van de oorlog. Is het daarom dat ik elk jaar zeker een cliënt heb die een (Japans of Duits) concentratiekamp verleden komt verwerken?

Vandaag is de oorlog ver weg – althans: Zo lijkt het.

Totdat er een aanslag is van iemand of van een groep extremisten die zo van hun gevoel zijn afgesneden dat ze roepen: dood aan iedereen die bommen op ons gooit -en daar iets of iemand bij noemt wat een Hoger Doel zou rechtvaardigen.
En de leiders van onze Westerse wereld roepen: dood aan iedereen die bommen in onze steden laat ontploffen -en daar iets of iemand bij noemt wat een Hoger Doel zou rechtvaardigen.

Wat is het verschil?

Ons nieuws is iets bijzonders; berichten over doden op de A2, een bomaanslag in Kabul, een moordpartij in Somalië, een schietpartij in een school in de USA, Wilders die iets islamofoobs roept, en heel misschien nog iets over de politiek.
Maar nooit berichten over de Groene Nobelprijs, een nieuwe uitvinding waardoor energie kan worden opgewekt zonder vervuiling, een sociaal initiatief waardoor mensen uit hun isolement of armoede komen.
Wat het ‘ons’ doet is dat we in angst schieten, in de primaire reactie van vechten (of vluchten of bevriezen). Het is precies dat: een instinctieve eerste respons om te overleven, komende uit de tijd dat we nog jagers waren tussen wilde beesten.
Het vechten is de ‘bril’ geworden waardoor we naar de wereld kijken.

Mijn Zen-meester zei: wie zichzelf kent, kent de wereld.

Iedereen kent boosheid, verliefdheid, zorgzaamheid en zoveel meer en herkent dat gedrag daarom in een ander. Wat niet in jezelf zit kun je niet voelen of herkennen. Iedereen kent in zichzelf ook delen die liever niet worden erkend; de ont-eigende zelven of ikken. De ruziemaker, degene die haat, het gekwetst kind en de zwarte ridder om zo enkele voorbeelden te noemen. De onteigende delen gaan in de schaduw.
Karl Jung benoemde dat als: alles wat van binnen niet is geheeld wordt ervaren als een gebeurtenis in de buitenwereld.
En zo kom ik op een andere betekenis van oorlog.

In velen van ons woedt een oorlog.

Een oorlog die ooit gevoed is door niet ten volle te zijn gezien en geliefd voor wat jij nodig had. Niet dat jouw ouders niet alles hebben gedaan wat in hun vermogen lag om jou wel te voorzien. Maar ook zij worstelden met hun beschadigingen.
Het gevolg is een harnas van onkwetsbaarheid op een basis van ‘ik ben niet oké’. Ik bedoel; iemand ontmoeten die vanaf kind al werkelijk leeft in “ik ben oké en jij bent oké” is zeldzaam.

De Transactionele Analyse beschrijft het prachtig met de 3 Egoposities: Kind, Ouder, Volwassene. Wanneer ik mijzelf ‘boven’ jou plaats zit ik in de Ouderpositie. Wanneer ik mijzelf minder voel zit ik in de Kindpositie. Doorgaans zitten onze communicatiepatronen op deze 2 nivo’s, met als gevolg de dramadriehoek. Een psychologisch Spel vol autonomieroof en met alleen maar verliezers. Dit is het spel wat we zien op het wereldtoneel en in het nieuws.

Je ziet het in het klein aan de kinderen die heftig puberen, aan kinderen die altijd de baas spelen, of pesten, of worden gepest, of zich terugtrekken of erg zorgzaam en plooibaar zijn, of die laten zien hoe intellectueel begaafd ze zijn.
Het is allemaal gedrag met 1 vraag: zie mij!
Zie mij werkelijk voor wie ik in mijn kern ben!

De hechtingscirkel, wrok en emotioneel geweld

Ik maak dat duidelijk via de contact- of hechtingscirkel die de volgende fases kent:
(a) contact maken – (b) hechten – (c) scheiden – (d) rouwen – (e) zingeving.
Maar het kan ook anders, of vanaf een bepaalde stap anders:
(i) isoleren – (ii) onthechten – (iii) vastklampen – (iv) ontkennen – (v) wrok.
Of vanuit het diepe -vaak onbewuste- verlangen herschreven:
(i) isoleren – (ii) het verlangen niet (willen) voelen – (iii) verlangen wordt eisen – (iv) pijn van onvervuld verlangen ontkennen – (v) pijn van onvervuld verlangen wordt wrok.

Het emotionele geweld, de dramadriehoek, in ons dagelijks leven is niets anders dan oorlog. ‘Ik ben beter dan jij’ is een moordenaars-energie. We zijn het zo gewend dat we het niet zien. Zo gewend zijn we aan ‘winnaars’ en ‘verliezers’, aan ‘daders’ en ‘slachtoffers’, aan de ‘goeie’ en de ‘slechte’. We kunnen de manipulatie niet meer duiden. Oorlog roept haat op; haat roept oorlog op.

De Dalai Lama XIV zei: ‘haat is als een beker vergif drinken en hopen dat iemand anders er aan dood gaat’.

Voor mij is het zo waar.
Haat is stapeltjeswrok. Voor mij is haat gestolde liefde. Het is niet doorleefde rouw. Het is mijn hypothese dat alle problemen voortkomen uit niet genomen rouw.

terug naar de titel.

Wanneer we “nooit een nieuwe oorlog willen beginnen” gaat het om het innerlijk werk te doen. Om te leren rouwen om wat nooit voorbij gaat. Om te vergeven. Om overgave te leren. Jouw eigen plek innemen.

Onze taak is het om vanuit compassie te leven en niet te verharden vanuit de primaire overlevingsinstincten. Om onze eigen liefde voor onszelf te voelen en zo te laten overstromen dat die anderen kan aanraken. Om ieder te kunnen gaan zien in zijn kern: een prachtig wezen net als ik. Om oordelen los te laten. Wetende dat ik alles in mijzelf ken wat ik bij de ander meen te herkennen of afkeur. Een wereld van prinsen en prinsessen te maken, een evenbeeld van onze schepper te zijn.
Ik begeleid je graag op die weg.

Geef me vandaag een moedig hart,
zodat ik het aandurf terug te kijken.
Te voelen wat er verloren ging en waar ik om huil.
De geur van mijn geboortegrond,
mijn huis van herkomst, verdwenen geliefden…
Een moeder of vader, grootmoeder of grootvader,
een kind of kleinkind, nog maar net hier.
De hand van broer of zus.
Geef me vandaag een moedig hart
om opnieuw, al is het maar heel even,
opnieuw te geloven ‘dat het goed komt’.
Dat we elkaars verhaal kunnen delen
en verstaan.
(Joke Goudswaard)

Geef een reactie